Wanneer mogen kittens het nest verlaten?

Uit onderzoek blijkt dat gedragsproblemen bij katten vaak te maken hebben met  een te vroege scheiding van de moeder. Kittens zouden dus langer bij hun moeder moeten blijven. Om te bepalen wanneer een kitten klaar is om het nest te verlaten, kijken we naar het natuurlijke gedrag van de kat.

Sociaal dier

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat in het wild levende katten sociale dieren zijn die – afhankelijk van het voedselaanbod– in groepen van verwante, vrouwelijke katten leven. In deze situatie gebeurt het regelmatig dat meerdere moederpoezen hun nestjes gezamenlijk verzorgen en opvoeden. Jonge verwilderde katten blijven gemiddeld zes tot acht maanden bij hun moeder – vrouwelijke katten meestal zelfs levenslang. Ook sommige katers, de zogenaamde ‘family males’ blijven jaren of zelfs levenslang bij de groep.  Enkel in tijden van hongersnood kunnen kittens al met 16 weken het nest verlaten. Eerder kunnen ze nog niet zelfstandig overleven. Tijdens deze lange nestperiode vinden er cruciale processen plaats die het kitten laten uitgroeien tot een evenwichtige, volwassen kat. 

De kittentijd

De taak van de moederpoes als rolmodel is zeer belangrijk voor kittens. Zo leren kittens van ongeveer week 2 tot week 7 wat ze als ‘normaal’ moeten beschouwen. In deze periode moeten kittens dus in contact geweest zijn met mensen, honden enzovoort om later als sociale huiskat geschikt te zijn. Dit proces wordt duidelijk verbeterd door de aanwezigheid van een kalme en ontspannen moederpoes. De moederpoes stimuleert daarnaast ook gecompliceerde leerprocessen bij haar jongen en leert hen omgaan met frustratie door hen soms de toegang tot de tepels te ontzeggen

Vanaf week 8 tot en met week 16 leert een kitten hoe hij zich als kat moet gedragen.  Hierbij is –naast de opvoeding door de moeder- ook het sociale spel met nestgenootjes van cruciaal belang. Ze leren hun nagels in te trekken bij het spelen, ondervinden dat bijten niet gewenst is en spelen emoties na om de kattentaal onder de knie te krijgen. Dit sociale spel bereikt zijn hoogtepunt tussen de derde en vierde levensmaand. Een kitten dat te vroeg bij de moeder wordt weggehaald, zal dus sociaal gehandicapt zijn en later moeilijker met andere katten kunnen omgaan. Daarnaast zal het zijn reacties tijdens het spelen met mensen niet kunnen controleren, wat tot verwondingen kan leiden. 

Het speenproces

Gemiddeld eten kittens met 7 weken hoofdzakelijk vast voedsel en zijn ze niet meer afhankelijk van de moedermelk. Dit spenen gaat heel geleidelijk en het tempo wordt door moederpoes bepaalt. Vaak wordt gedacht dat kittens wel bij de moeder weg kunnen, omdat de moederpoes de kleintjes een knauw geeft als die willen drinken. Niets is minder waar. Door niet meer altijd te mogen zuigen, leren de kittens omgaan met frustratie, een belangrijke levensles. Tegelijkertijd zal de melkgift bij de moederpoes geleidelijk verminderen en uiteindelijk helemaal stoppen. Wanneer dit gebeurd is, mogen de kittens weer vaker bij de moeder zuigen. Het zuigen op zich is zowel voor de moeder als voor de kittens een fijne, kalmerende ervaring die losstaat van het feit of de moeder nog melk heeft. De meeste nestjes worden 3 tot 6 maanden lang gezoogd, soms staan moederpoezen het zelfs toe tot hun kittens zelf volwassen zijn.

De lichamelijke ontwikkeling

Naast de gedragsmatige aspecten, is het ook belangrijk dat een kitten lichamelijk klaar is om zijn moeder te verlaten. Bepaalde lichamelijke processen, zoals het vermogen om scherp te zien, zijn bijvoorbeeld eerst op een leeftijd van drie tot vier maanden volledig ontwikkeld. De stress die een verhuizing met zich meebrengt, zal sowieso ook de weerstand verlagen. Daarom is het belangrijk dat de kitten om te beginnen al voldoende weerstand heeft bij het verlaten van het nest. In de eerste weken na de geboorte heeft de kitten nog geen weerstand van zichzelf, maar is hij beschermd tegen infecties door de afweerstoffen van zijn moeder. Geleidelijk aan verminderen die afweerstoffen en moet het immuunsysteem van de kitten zelf op gang komen. Het duurt een tijdje voordat het immuunsysteem van de kitten voldoende ontwikkeld is, waardoor een kritieke periode ontstaat waarin nog te weinig afweerstoffen van de moeder aanwezig zijn en nog niet voldoende afweerstoffen van de kitten zelf. In deze periode is de kitten dus extra vatbaar voor infecties. Deze kritieke periode ligt tussen week 4 en week 12. Het verhuizen van de kitten in deze periode is dus sterk af te raden.

Besluit

Dit alles laat zien dat het voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid van een kitten aan te raden is om het minimaal zestien weken bij de moeder te laten. Zelf deze info delen? Dat kan via  de infofolder ‘Gun kittens 16 weken moederliefde‘.

Wist je dat?

De wetgeving in België al aangepast is aan deze wetenschappelijke inzichten? Er is gezocht naar een balans tussen wat beter is voor de kittens zelf, en wat haalbaar is voor bijvoorbeeld asielen in de praktijk. In Vlaanderen is het zo verboden om kittens jonger dan 12 weken te verhandelen of weg te geven. In Brussel is de minimumleeftijd hiervoor zelfs 13 weken.